Stuiting van verjaring bij derdenbeslag. Verjaring van een vordering tijdens tenuitvoerlegging.
Bestuurslid Jeroen Nijenhuis wijst op een uitspraak van de Hoge Raad op vrijdag 13 februari 2026 waarin een voor de executiepraktijk belangrijk twistpunt wordt beslist: de tenuitvoerlegging van een titel heeft maandelijkse stuitende werking.
De praktijk is nu verlost van de drang het zekere voor het onzekere te nemen en afhankelijk van de vordering regelmatig te stuiten, althans voor zover het de inning door derdenbeslag betreft.
Verjaring is een belangrijk juridisch fenomeen, zowel de verkrijgende als de bevrijdend.
De bevoegdheid tot tenuitvoerlegging van een titel kan verjaren (vide 3:324 1 BW). Het is niet de titel zelf die verjaart maar de bevoegdheid tot executie. De titel zelf verjaart niet, dat zou zelfs ernstige consequenties kunnen hebben. Een schuldenaar die na verjaring betaalt, betaalt immers niet onverschuldigd. (Over dit onderwerp is in 2009 een zeer belangwekkend artikel geschreven in de Gerechtsdeurwaarder door gerechtsdeurwaarder mr J.A. de Swart onder de naam “Een stuitend verhaal”[1]).
In de casus die door de Hoge Raad werd beslist speelde de vraag of de vordering waarvoor iedere maand door middel van een loonbeslag wordt geïnd kan verjaren. In dit geval klemde dat omdat het ging om de restschuld van een hypothecaire vordering en die kent een verjaringstermijn van 5 jaar. Notariële aktes worden niet genoemd in artikel 3:324 lid 1 BW. Dat artikel noemt enkel rechterlijke en arbitrale beslissingen.
In de onderhavige casus betoogde de schuldenaar in 3 instanties tevergeefs dat de vordering niet gestuit was. Zowel rechtbank[2], Hof [3] als Hoge Raad stelden (ik neem nu enkel de r.o. 3.4 van de Hoge Raad over):
“Niet alleen het leggen van een executoriaal loonbeslag zelf, maar ook de uitvoering daarvan door de periodieke inning van het door het beslag getroffen loon is van de zijde van de schuldeiser een daad van executie die erop is gericht om zijn vorderingsrecht geldend te maken. Die periodieke inning is dan ook telkens een daad van rechtsvervolging zoals bedoeld in art. 3:316 lid 1 BW. Het oordeel van het hof dat de maandelijkse inning uit hoofde van het executoriale loonbeslag een maandelijks terugkerende stuitingshandeling is, is juist”
Bij hypothecaire vorderingen speelt dit niet zo vaak; daar is de verjaringstermijn immers 5 jaar. Het speelt vooral bij executie van dwangsommen die een korte termijn kennen: civiel 6 maanden, bestuurlijk een jaar.
Maar: wat gebeurt er wanneer er niet maandelijks wordt ingehouden/afgedragen, maar bijvoorbeeld eens per zoveel maanden of eens per jaar? Mogelijk valt enkel het vakantiegeld onder het beslag.. dan wordt wel periodiek geïnd, maar niet perse iedere maand. Of is een inhouding van € 0,00 ook een inhouding die de verjaring stuit?
Er komt wel weer een keer een nieuw executiegeschil….
[1] Gerechtsdeurwaarder 2009 nummer 4
[2] Rechtbank Midden-Nederland 24 augustus 2022 ECLI:NL:RBMNE:2022:3318
[3] Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 20 augustus 2024 CLI:NL:GHARL:2024:5300