Waar moet je op letten bij het opstellen van een vaststellingsovereenkomst?

Een vaststellingsovereenkomst opstellen is geen eenvoudige opgave. Mr. René Klomp deelt in dit artikel 10 punten om op te letten.

1. Wat is een vaststellingsovereenkomst?
Een overeenkomst is pas een vaststellingsovereenkomst indien een einde wordt gemaakt aan een bestaand geschil of een bestaande onzekerheid, dan wel wanneer partijen een geschil of een onzekerheid willen voorkomen, aldus art. 7:900 BW. Het verdient daarom aanbeveling altijd duidelijk te maken om welke van de twee mogelijkheden het gaat door dit bijvoorbeeld in de overwegingen op te nemen.

2. Beëindigen of voorkomen?
Het onderscheid beëindigen tegenover voorkomen is van belang voor het antwoord op de vraag of de vaststelling in strijd mag zijn met dwingend recht. Strijd met dwingend recht is namelijk alleen toegestaan bij een vaststelling ter beëindiging van onzekerheid of geschil en niet bij het voorkomen daarvan; zie 7:902 BW en HR 6 januari 2017, ECLI:NL:HR:2017:19 (Blue Taxi/Stichting Sociaal Fonds Taxi).

3. Wanneer mag men afwijken van dwingend recht?
Een misverstand dat regelmatig opduikt is dat in een vaststellingsovereenkomst altijd mag worden afgeweken van dwingend recht. Dat is niet zo. Art. 7:902 BW bepaalt dat een vaststelling 'ook geldig [is] als zij in strijd mocht blijken met dwingend recht'. Dat betekent dat indien partijen ter beëindiging van onzekerheid of geschil omtrent een bepaald juridisch punt een vaststelling overeenkomen, deze ondanks mogelijke strijd met dwingend recht toch geldig is.

Dat betekent echter niet dat indien partijen weten dat wat zij overeenkomen in strijd met dwingend recht is, een dergelijke beslissing desondanks geldig is. Het bewust buiten toepassing laten of onjuist toepassen van een regel van dwingend recht, brengt de vaststelling steeds in strijd met de openbare orde of goede zeden. Een vaststelling die afwijkt van dwingend recht is slechts toegestaan voor zover over de uitleg of toepassing van dat dwingende recht in redelijkheid van mening kan worden verschild en welke uitleg of toepassing pas achteraf onjuist blijkt te zijn.

4. Bindend advies
Artikel 7:900 lid 2 BW biedt de mogelijkheid de vaststelling tot stand te laten komen krachtens een aan een derde opgedragen beslissing. Dit is de juridische basis van het bindend advies. Een bindend advies mag ook aan twee of meer bindend adviseurs worden opgedragen, hoewel de wet er niets over zegt. Anders dan bij arbitrage mag het aantal bindend adviseurs even zijn, al is dat om voor de hand liggende redenen niet verstandig.

Klik hier voor het gehele artikel te kunnen lezen.